Gerst en mouten
Whisky begint bij graan. Voor single malt is dat uitsluitend gerst, en die gerst moet eerst worden gemout. Mouten is een truc om de plant te laten doen wat de distilleerder wil: zetmeel omzetbaar maken in vergistbare suiker.
Dat gaat in drie fasen. De gerst gaat twee tot drie dagen het water in, wat steeping heet, tot het vochtgehalte rond de vijfenveertig procent ligt. Daarna mag de korrel vier tot zes dagen ontkiemen op de mouterijvloer of in grote trommels. Tijdens die germination maakt de korrel enzymen aan, waaronder amylase, die het zetmeel in de korrel kunnen afbreken. Het worteltje dat naar buiten komt is niet het doel, het is het teken dat het proces loopt.
Meer over deze stap, 1 min
Precies op het juiste moment wordt het stilgezet door het mout te drogen in een eest, de kiln. Te vroeg en er zijn te weinig enzymen, te laat en de korrel heeft zijn eigen zetmeel al opgegeten.
Waar de rook vandaan komt
In die kiln zit het beroemdste smaakmoment van de hele Schotse whisky. Wie turf op het vuur legt, laat de rook door het vochtige mout trekken, en de fenolen uit die rook binden zich aan de korrel. Dat is de rokerigheid van Islay, en het wordt gemeten in ppm, phenol parts per million, in het mout. Een licht getourbeerde malt zit rond de vijf ppm, een Ardbeg-achtige rond de vijfenvijftig, en de uitschieters gaan naar boven de honderd.
Belangrijk om te weten: het meeste mout wordt niet meer op de distilleerderij zelf gemaakt. Grote commerciële mouterijen leveren op specificatie, ook de turfniveaus. Een handvol huizen, waaronder Springbank, Kilchoman, Highland Park en Balvenie, mout nog gedeeltelijk zelf, en dat is een van de redenen dat die whisky's een eigen signatuur houden.
Wat u ervan terugvindt in het glas: rook, jodium, teer en kampvuur bij getourbeerde whisky. Bij niet getourbeerd mout de basis van graan, brood en biscuit.